Machiel van Soest
PTP
PTP overzicht

About PTP

Pressure Temperature Pain

PTP — Totaalproject

Proloog — PTP als totaalproject

PTP is een totaalproject waarin negen series schilderijen, objecten, teksten en fotografische registraties met elkaar in verband worden gebracht. Samen vormen zij een 3 × 3-grid. Dit raster is geen neutrale ordening en evenmin een classificatiesysteem waarin ieder werk een definitieve plaats krijgt. Het functioneert als een denkruimte: een veld waarin betekenis ontstaat door positie, nabijheid, tegenstelling en beweging.

Twee assen bepalen de structuur van het grid. Van boven naar beneden loopt PTP: Pressure, Temperature en Pain. Deze begrippen vertrekken vanuit de huidzintuigen en beschrijven drie primaire manieren waarop de wereld zich lichamelijk aandient. Tegelijk reiken zij verder dan het lichaam. Pressure kan ook maatschappelijke en politieke druk worden; Temperature kan verwijzen naar stemming, affect en atmosfeer; Pain naar trauma, verlies en historische last.

Van links naar rechts loopt UNE: Unborn, Now en Entropy. Deze as beschrijft geen krachten die op het werk inwerken, maar toestanden en bewegingen waarin vorm en betekenis zich kunnen bevinden. Het ongeborene verwijst naar potentie en ongevormde oorsprong, Now naar het moment waarop iets als concrete aanwezigheid verschijnt, Entropy naar het uiteenvallen van vorm, taal, lichaam en betekenis.

Iedere serie bevindt zich op een kruispunt van deze twee bewegingen. Elk werk staat onder bepaalde krachten en bevindt zich tegelijk in een proces van wording, verschijning of ontbinding. Daardoor ontstaat een raster waarin het lichamelijke, het psychische, het politieke en het materiële elkaar voortdurend raken.

In het centrum van het grid bevinden zich de Skin-paintings, de huidschilderijen. Zij vormen het lichamelijke en conceptuele vertrekpunt van het project. Vanuit de huid ontvouwt PTP zich naar binnen en naar buiten: naar lichaam, taal, symboliek, politiek, materie en wereld.

De andere acht series kunnen worden gelezen als afgeleiden van die huid, als krachten die haar onder druk zetten of als uitbreidingen van het betekenisveld dat vanuit haar ontstaat. Symbol en Flag onderzoeken de politieke en ideologische lading van vormen, kleuren en tekens. Text richt zich op taal als materiaal en machtssysteem. Visceral beweegt naar de binnenkant van het lichaam. Noise laat vorm oplossen in materie en energie. Object brengt bestaande objecten als directe stukken werkelijkheid binnen. Outside richt de blik op de resten en sporen die de wereld achterlaat.

Het grid verbindt deze verschillende domeinen zonder ze tot één verklaring terug te brengen. Het laat zien hoe een lichaam wordt geraakt door materie, gevormd door taal, ingeschreven in symbolen en belast door geschiedenis. PTP leest de mens niet als een gesloten individu, maar als een lichaam onder invloed.

Binnen dit project wordt schilderkunst een plaats waar zulke krachten niet hoeven te worden opgelost. Zij kunnen naast elkaar blijven bestaan, elkaar tegenspreken en opnieuw activeren. Zo is PTP tegelijk installatie, beeldend systeem en denkmodel: een structuur die bestaande werken ordent en vanuit nieuwe samenstellingen ook nieuwe beelden kan voortbrengen.

1. De huid als vertrekpunt

De huidschilderijen vormen het lichamelijke en conceptuele centrum van PTP. Hun oorsprong ligt in een intense manier van kijken naar huid: naar de eigen kwetsbare pols, naar het incarnaat in oude schilderijen, naar de herinnering aan de moederhuid en naar de ongeschonden huid van het kind.

Deze beelden behoren tot verschillende tijden en ervaringen, maar delen iets fundamenteels. In ieder geval verschijnt de huid als een grensvlak waarop kwetsbaarheid zichtbaar wordt. Zij draagt tijd, nabijheid en lichamelijkheid in zich, maar laat zich nooit volledig kennen.

Vanuit dat kijken ontstaat het verlangen om huid zelf als schilderij te laten verschijnen. Niet als afbeelding van een lichaam en niet als voorstelling van een huidoppervlak, maar als een schilderij dat zich als huid gedraagt.

Het huidschilderij is een monochroom veld en tegelijk een object in de ruimte. Het doek is opgespannen op een spieraam en kan licht bol of hol zijn. Daardoor bezit het schilderij niet alleen een voorkant, maar ook spanning, volume en lichamelijkheid.

De constructie van het schilderij kan als lichaam worden gelezen. Het raamwerk vormt een skelet waarover het doek wordt gespannen; de verf vormt een huid. De drager is daarmee niet langer een neutrale ondergrond, maar wordt onderdeel van de betekenis van het werk.

Ook de menselijke maat is belangrijk. Het schilderij bevindt zich tegenover de toeschouwer, frontaal en op ooghoogte. Het functioneert niet als een venster op een andere wereld, maar als een aanwezigheid die dezelfde ruimte inneemt als degene die ernaar kijkt.

Op het oppervlak zijn licht, materie, spanning en onregelmatigheid aanwezig. De huid is nooit volledig egaal. Zij bevat nuances, poriën, aderingen en verschillen die soms nauwelijks waarneembaar zijn, maar die het oppervlak levend maken. De monochromie wist die verschillen niet uit; juist door de beperking van het beeld worden minimale veranderingen zichtbaar.

Daarmee bevindt het huidschilderij zich op een drempel vóór de voorstelling. Het vertelt geen verhaal en toont geen herkenbaar lichaam. Het presenteert eerder een toestand waarin het beeld nog niet volledig is vastgelegd.

Wat zichtbaar wordt, ontstaat daardoor niet alleen in het schilderij zelf, maar ook in de waarneming van de kijker. Herinnering, lichamelijke associatie, aantrekking, afstand en ongemak kunnen zich op het oppervlak projecteren.

De huid maakt die projectie mogelijk omdat zij zelf een dubbelzinnige grens is. Zij beschermt het lichaam en stelt het tegelijk bloot. Zij sluit de binnenkant af en maakt contact met de buitenwereld mogelijk. Alles wat het lichaam bereikt, wordt ergens aan of door deze grens voelbaar.

De huid is daardoor niet alleen omhulsel, maar ook sensitief membraan.

Binnen PTP wordt dit membraan een model voor de verhouding tussen lichaam en wereld. De wereld verschijnt niet eerst als heldere betekenis die vervolgens door het lichaam wordt begrepen. Zij dient zich eerst aan als aanraking, druk, warmte, kou, pijn, licht, geluid en materie.

Vanuit die gedachte ontstaat de eerste as van het project. Pressure, Temperature en Pain zijn in eerste instantie lichamelijke sensaties. Zodra zij onderdeel worden van PTP, breiden zij zich echter uit naar andere domeinen.

Druk kan fysieke aanraking zijn, maar ook sociale dwang. Temperatuur kan warmte of kou betekenen, maar ook de atmosfeer van een ruimte of de affectieve lading van een beeld. Pijn kan een lichamelijk signaal zijn, maar ook een spoor van verlies, geweld of geschiedenis.

De huid vormt daarmee geen geïsoleerd onderwerp binnen het project. Vanuit haar ontstaat een groter model. Het huidschilderij wordt het punt van waaruit de andere werken kunnen worden gelezen: symbolen als druk op het lichaam, taal als systeem dat ervaring structureert, organen als verborgen binnenzijde, ruis als materiële ongrond en objecten als directe confrontatie met de werkelijkheid.

Vanuit het oppervlak van de huid ontvouwt zich zo het gehele project.

2. PTP — Het lichaam onder invloed

Pressure, Temperature en Pain vormen samen de eerste dragende as van het grid. Hun oorsprong ligt in de lichamelijke ervaring, maar binnen het project ontwikkelen zij zich tot begrippen waarmee ook psychische, maatschappelijke en politieke krachten kunnen worden gelezen.

Het lichaam staat nooit los van zijn omgeving. Het wordt voortdurend aangeraakt, belast, verwarmd, afgekoeld, beschadigd en veranderd. Sommige van die invloeden zijn direct voelbaar. Andere werken langduriger en minder zichtbaar.

Pressure begint bij fysieke druk: iets raakt de huid, duwt ertegenaan of oefent spanning uit. Maar pressure verwijst ook naar alles wat op een individu of gemeenschap kan drukken zonder letterlijk als aanraking aanwezig te zijn. Sociale verwachtingen, ideologische structuren, politieke macht, stress en maatschappelijke conditionering oefenen eveneens druk uit.

Binnen het grid wordt Pressure daarom het veld waarin Symbol, Flag en Text samenkomen. Tekens, vlaggen en taal produceren systemen van herkenning en ordening, maar kunnen tegelijkertijd bepalen hoe een individu zichzelf en de wereld begrijpt.

Temperature heeft een andere werking. Warmte en kou worden lichamelijk ervaren, maar temperatuur is nooit uitsluitend een meetbare toestand. Zij beïnvloedt nabijheid, beweging en stemming. Een ruimte kan warm of kil aanvoelen zonder dat alleen de feitelijke temperatuur daarvoor verantwoordelijk is. Ook een beeld kan een bepaalde temperatuur bezitten.

Binnen PTP verwijst Temperature daarom naar affect, nabijheid, energie, intensiteit en atmosfeer. Het is de toestand waarin binnenkant en buitenkant elkaar niet zozeer door druk ontmoeten, maar door overdracht.

In het grid verbindt Temperature Visceral, Skin en Noise. De beweging gaat van het verborgen binnenlichaam naar het zichtbare huidoppervlak en vervolgens naar een toestand waarin vaste vorm lijkt op te lossen in trilling, kleur en materie.

Pain maakt de grens van het lichaam op een andere manier voelbaar. Lichamelijke pijn waarschuwt dat een grens wordt overschreden of dat iets beschadigd raakt. Maar pijn kan verder reiken dan het onmiddellijke lichaam. Verlies, trauma en historische gebeurtenissen blijven doorwerken in mensen, beelden en objecten. Zij kunnen aanwezig blijven als litteken, herinnering, spoor of rest.

Binnen PTP verwijst Pain daarom naar de confrontatie met datgene wat niet eenvoudig kan worden opgenomen in een harmonisch beeld. Het is het gebied waar kunst de rauwe aanwezigheid van werkelijkheid, geweld en vergankelijkheid ontmoet.

Pressure, Temperature en Pain functioneren niet als sluitende categorieën. Zij zijn eerder manieren van kijken. Een werk kan onder meerdere vormen van druk tegelijk staan. Een object kan zowel lichamelijk als politiek geladen zijn. Een kleur kan tegelijk warmte en dreiging oproepen. Een beeld kan pijn dragen zonder pijn letterlijk af te beelden.

PTP is daarom geen instrument dat de betekenis van een werk vastlegt. Het maakt verbanden mogelijk.

Vanuit de huid kunnen de verschillende onderdelen van het totaalproject worden begrepen als manieren waarop de wereld het lichaam bereikt. Symbolen en vlaggen oefenen druk uit. Taal ordent en conditioneert. Het binnenlichaam draagt kwetsbaarheid. Materie trilt en valt uiteen. Objecten en resten confronteren ons met een werkelijkheid die buiten het beeld lijkt te liggen, maar er toch binnendringt.

Zo wordt PTP een model van het lichaam onder invloed.

3. UNE — Ontstaan, verschijnen en uiteenvallen

Naast PTP vormt UNE de tweede dragende as van het grid. Waar PTP beschrijft welke krachten op lichaam en beeld inwerken, beschrijft UNE de toestanden waarin vorm zich kan bevinden en de bewegingen die tussen die toestanden mogelijk zijn.

Unborn, Now en Entropy zijn daarom minder vaste categorieën dan momenten in een voortdurend proces.

Unborn verwijst naar het ongeborene. Dat betekent niet dat er niets is. Het ongeborene is juist een toestand van potentie: iets is aanwezig, maar heeft nog geen definitieve vorm aangenomen. Het is een ongrond waaruit een beeld, lichaam, gedachte of betekenis kan ontstaan.

Binnen het grid wordt Unborn zichtbaar in Symbol, Visceral en PTP.

Symbol toont elementaire vormen die vooraf lijken te gaan aan een specifieke betekenis. Cirkel, vierkant, kruis en structuur functioneren als bouwstenen waaruit systemen van orde en betekenis kunnen ontstaan.

Visceral beweegt naar een andere vorm van oorsprong. Hier bevindt zich het lichaam onder de huid: organen, vliezen en biologische grenzen die aan de zichtbare buitenvorm voorafgaan.

Op positie 7 verschijnt PTP als een plek waar bestaande elementen opnieuw beschikbaar worden. Wat al gevormd is, kan daar opnieuw als materiaal gaan functioneren. Het systeem keert als het ware terug naar een toestand van potentie.

Now verwijst naar het moment waarop iets als concrete aanwezigheid verschijnt. De potentie neemt vorm aan. Er staat een lichaam, vlag, huid of object tegenover ons.

Binnen het grid verbindt Now Flag, Skin en Object. De vlag verschijnt als collectief en politiek lichaam. De huid als individueel menselijk oppervlak. Het object als ding uit de werkelijkheid zelf.

Deze drie posities kunnen daardoor worden gelezen als verschillende vormen van aanwezigheid: landlichaam, menselijk lichaam en objectlichaam.

Entropy beschrijft het moment waarop vaste vorm instabiel wordt. Taal valt uiteen in klank en herhaling. Beeld wordt ruis. Objecten verliezen hun functie en verschijnen als resten.

In het grid verbindt Entropy Text, Noise en Outside.

Toch betekent entropie binnen PTP niet eenvoudigweg vernietiging of einde. Juist wanneer een bestaande orde uiteenvalt, kunnen de onderdelen opnieuw beschikbaar worden. Een woord dat zijn vaste betekenis verliest, kan materiaal worden. Een object dat zijn functie heeft verloren, kan als beeld verschijnen. Een rest kan het begin vormen van een nieuwe samenstelling.

UNE is daarom geen rechte lijn van geboorte naar leven en dood. Het beschrijft een cyclische beweging waarin ontstaan, verschijnen en uiteenvallen elkaar voortdurend doordringen.

Een symbool kan werkelijkheid worden en opnieuw oplossen in ruis. Een huid is een zichtbare buitenkant, maar verwijst tegelijk naar een verborgen binnenkant en naar toekomstige verandering. Een gevonden object kan een direct stuk werkelijkheid zijn en tegelijkertijd een overblijfsel van iets wat voorbij is.

UNE brengt zo beweging in het PTP-model.

De positie van een werk is binnen dat model geen definitie van het werk, maar een tijdelijk perspectief van waaruit het gelezen kan worden.

Geen enkele plaats ligt volledig vast.

4. Het grid — Het beeld tussen de werken

Wanneer PTP en UNE over elkaar heen worden gelegd, ontstaat het 3 × 3-grid.

Van boven naar beneden lopen Pressure, Temperature en Pain. Van links naar rechts lopen Unborn, Now en Entropy. Op ieder kruispunt bevindt zich een serie.

Het grid geeft de werken een positie, maar die positie is niet bedoeld om hun betekenis te begrenzen. Zij maakt relaties zichtbaar.

Het werkelijke beeld van PTP ontstaat daarom niet alleen in de afzonderlijke schilderijen, teksten, objecten en foto’s. Het ontstaat ook tussen de werken.

Een positie krijgt betekenis vanuit haar buren, tegenpolen en mogelijke verbindingen. Een werk kan worden gelezen vanuit de rij waartoe het behoort, vanuit de kolom waarin het staat, maar ook via diagonale en associatieve bewegingen die niet vooraf volledig vastliggen.

Horizontaal gelezen vormt de bovenste rij het veld van Pressure.

Symbol, Flag en Text laten zien hoe symbolische systemen druk kunnen uitoefenen op het individu. Symbol onderzoekt de elementaire architectuur van betekenis. Flag laat zien hoe abstracte vormen en kleuren kunnen verharden tot nationale identiteit. Text richt zich op taal, verklaringen en grondwetten als systemen waarmee werkelijkheid wordt vastgelegd en georganiseerd.

Samen vormen zij een veld waarin druk niet letterlijk op de huid wordt uitgeoefend, maar via tekens, ideologie en taal.

De middelste rij vormt Temperature.

Visceral, Skin en Noise bewegen door verschillende lichamelijke toestanden. Visceral toont de verborgen binnenkant: organen, vliezen en vlees. Skin vormt het zichtbare oppervlak waarop lichaam en wereld elkaar raken. Noise laat vaste vorm weer oplossen in materiële trilling en energie.

De beweging loopt van binnen naar oppervlak en van oppervlak naar ongrond.

De onderste rij vormt Pain.

PTP, Object en Outside bewegen van symbolische samenstelling naar directe werkelijkheid en vervolgens naar rest en spoor.

Op positie 7 worden werken samengebracht en ontstaan nieuwe verbanden. Object introduceert objecten die uit de werkelijkheid zelf afkomstig zijn. Outside toont wat na menselijk handelen achterblijft: afval, resten en toevallige objecten op straat of grond.

Verticaal ontstaat een andere lezing.

De kolom Unborn verbindt Symbol, Visceral en PTP. De elementaire structuren van Symbol kunnen worden gelezen als een skelet van betekenis. Visceral geeft die structuur een lichamelijke binnenkant. Op positie 7 worden bestaande onderdelen opnieuw losgemaakt uit hun oorspronkelijke verband en beschikbaar voor een mogelijke nieuwe vorm.

De kolom Now verbindt Flag, Skin en Object. De vlag staat voor het land als lichaam en voor collectieve identiteit. De huidschilderijen staan voor het individuele menselijke lichaam. Object brengt het objectlichaam binnen.

Now bestaat daardoor uit verschillende vormen van concrete aanwezigheid: het collectieve lichaam, het persoonlijke lichaam en het ding.

De kolom Entropy verbindt Text, Noise en Outside.

In Text valt taal uiteen en wordt zij materiaal. In Noise valt het beeld uiteen in trilling en materie. In Outside verliezen objecten hun functie en worden zij resten. Dezelfde beweging voltrekt zich op drie niveaus: betekenis, beeld en wereld.

Maar het grid hoeft niet uitsluitend horizontaal en verticaal te worden gelezen.

Ook diagonalen, herhalingen, formele overeenkomsten en onverwachte nabijheden kunnen nieuwe verbanden produceren. Een werk kan in een installatie sterker reageren op een positie waarmee het volgens het basisschema niet direct verbonden is. Juist daar wordt zichtbaar dat het raster geen gesloten classificatie is.

De plaats van een werk bepaalt een mogelijke lezing, maar put het werk niet uit.

Daarin ligt de functie van het grid als denkraam. De ordening maakt relaties zichtbaar, maar ieder verband kan opnieuw worden geopend. Een werk kan vanuit een andere combinatie of installatie een andere betekenis krijgen.

Het raster stabiliseert het beeld net genoeg om het opnieuw in beweging te kunnen brengen.

5. De negen posities

1. Symbol

De Symbol-serie vertrekt vanuit elementaire tekens zoals het vierkant, de cirkel en het kruis. Deze vormen worden gefragmenteerd, verschoven en opnieuw geordend. Daardoor blijven zij herkenbaar, maar verliezen zij hun vanzelfsprekende betekenis.

Een teken lijkt iets te betekenen, maar geeft geen definitieve sleutel.

Symbol onderzoekt de manier waarop abstracte vormen kunnen verharden tot symbolen van religie, beschaving, macht en collectieve identiteit. De werken bewegen zich in het gebied vóór en tijdens de vorming van betekenis.

Op het kruispunt van Pressure en Unborn verschijnt Symbol als een mogelijke architectuur van het wereldbeeld: een structuur die nog niet volledig is ingevuld, maar waarin de mogelijkheid van ideologische druk al besloten ligt.

2. Flag

In de Flag-serie wordt de vlag teruggesneden, verzadigd, bedekt of fysiek aangetast.

Het nationale symbool wordt losgemaakt van zijn gebruikelijke functie en verandert in een frontaal beeldvlak. Kleur, patroon en compositie worden opnieuw zichtbaar als abstracte beeldmiddelen.

Toch verdwijnt de politieke betekenis niet. Juist doordat de vlag als object en beeld wordt behandeld, komt haar ideologische lading scherper naar voren.

De serie onderzoekt de spanning tussen abstractie en collectieve identiteit. Een beperkt aantal vormen en kleuren kan miljoenen mensen onder één teken samenbrengen en tegelijkertijd anderen uitsluiten.

Hier is de ideologische structuur niet langer potentie, maar werkelijkheid geworden. Pressure en Now vallen samen in een beeld dat tegelijk abstract en politiek concreet is.

3. Text

De Text Works behandelen taal als materiaal, handeling en machtssysteem.

Woorden worden herhaald, herschikt en op elkaar gestapeld totdat betekenis en betekenisverlies tegelijk optreden. Ook publieke documenten, verklaringen en grondwetten kunnen als materiaal worden ingezet.

Taal structureert de werkelijkheid, maar is zelf niet stabiel.

Door herhaling kan een woord zijn betekenis verliezen en veranderen in ritme of klank. Een politieke formulering kan tegelijk betekenisvol en leeg worden.

In Text raakt Pressure aan Entropy. De taal die orde moet produceren, begint zelf uiteen te vallen.

4. Visceral

Visceral richt zich op het lichaam onder de huid.

Organen, vliezen, vlees, hersenvlies, geboortevlies en netvlies vormen het materiaal en de beeldwereld van deze werken.

Het lichaam wordt niet vanuit zijn buitenvorm bekeken, maar vanuit de kwetsbare interne grenzen die het leven mogelijk maken.

De verf wordt vlees en membraan. Daardoor krijgen de werken iets chirurgisch en tegelijkertijd sacraals.

Visceral bevindt zich in het gebied van Temperature en Unborn: het lichaam vóór de zichtbare buitenkant, een verborgen lichamelijke oorsprong die nog geen volledig beeld van zichzelf heeft gevormd.

5. Skin-paintings

De huidschilderijen vormen het centrum van het grid.

Het zijn monochrome huidvelden die niet een lichaam afbeelden, maar als lichamelijke oppervlakken aanwezig zijn. Zij zijn opgespannen, tactiel en soms licht bol of hol.

De huid verschijnt als membraan tussen binnen en buiten, als zintuiglijk oppervlak waarop aanraking, projectie, herinnering en kwetsbaarheid samenkomen.

In het centrum raken Temperature en Now elkaar. Het lichaam verschijnt hier als onmiddellijk oppervlak: zichtbaar, aanwezig en blootgesteld.

Vanuit deze positie kunnen de andere series zich naar binnen en naar buiten ontvouwen.

6. Noise

Noise toont verf als ruis, materie en energie.

Vormen verliezen hun duidelijke contouren en lossen op in een veld van trilling, kleur en fragmentatie.

Noise is daardoor zowel chaos als potentie. Het kan worden gelezen als de achtergrondruis waaruit waarneming en beeld ontstaan, maar ook als de toestand waarin een bestaand beeld opnieuw uiteenvalt.

Hier beweegt Temperature naar Entropy. Materie blijft aanwezig en actief nadat herkenbare vorm verdwijnt.

7. PTP

Positie 7 draagt dezelfde naam als het totaalproject, maar heeft binnen het grid een specifieke functie.

Hier maakt het systeem zichzelf opnieuw tot materiaal.

Werken, fragmenten en elementen uit verschillende reeksen worden uit hun bestaande verband gehaald en opnieuw gecombineerd. Daardoor ontstaat betekenis niet meer alleen binnen het afzonderlijke werk, maar in de constellatie.

Deze positie draait om samenstelling: om het verschuiven, aanvullen en opnieuw verbinden van bestaand materiaal. Zo kunnen tijdelijke constellaties, incidentele series, historische portretten, schilderijen en installaties ontstaan.

Op het kruispunt van Pain en Unborn wordt zichtbaar dat nieuwe vormen niet noodzakelijk uit een leeg begin ontstaan. Zij kunnen voortkomen uit breuk, historische last, fragmentatie en datgene wat al aanwezig is.

Positie 7 is daarmee de plek waar het project terugkeert naar potentie.

8. Object

De Object-werken brengen bestaande objecten rechtstreeks de installatie binnen.

Aarde, brood, bloed, flessen en andere gevonden materialen verschijnen als concrete stukken werkelijkheid.

Zij worden niet uitsluitend als formele objecten getoond. Zij dragen herinneringen, politieke betekenissen, lichamelijke associaties en mogelijke trauma’s met zich mee.

Daardoor wordt de esthetische ruimte onder druk gezet door iets dat zich niet volledig tot beeld laat reduceren.

In Object raakt Pain aan Now. Het werkelijke verschijnt niet als afbeelding, maar als object dat daadwerkelijk aanwezig is.

9. Outside

Outside richt de blik naar beneden.

Afval, verpakkingen, resten en toevallige objecten op straat, gras of stoep worden fotografisch geregistreerd.

Deze foto’s tonen de publieke huid van de wereld: een oppervlak waarop de sporen van menselijk handelen achterblijven.

Objecten hebben hun functie verloren en zijn rest geworden, maar juist daardoor kunnen zij opnieuw als beeld verschijnen.

Op het kruispunt van Pain en Entropy wordt de wereld zichtbaar als residu: als spoor van gebruik, verlies, beweging en verval.

6. Samenstelling — Het werk tussen de werken

Het grid begint als een manier om de bestaande werken te lezen, maar blijft daar niet toe beperkt.

Zodra werken uit verschillende series opnieuw met elkaar worden gecombineerd, wordt het raster ook een methode om nieuwe beelden te produceren.

Daarin ligt de specifieke betekenis van positie 7.

Een huidschilderij naast een vlag vormt een ander betekenisveld dan hetzelfde schilderij naast een gevonden object. Een tekst tegenover Noise produceert een andere spanning dan dezelfde tekst naast Symbol. De werken veranderen niet letterlijk, maar hun onderlinge verhouding maakt andere aspecten zichtbaar.

Betekenis ontstaat daardoor niet uitsluitend binnen het autonome werk.

Ook afstand, positie, schaal, herhaling, ritme en confrontatie worden beeldende middelen.

De ruimte tussen de werken wordt onderdeel van het werk.

Vanuit deze methode kunnen tijdelijke constellaties, concept works, historische portretten en samengestelde series ontstaan. Meerdere posities van het grid kunnen daarin tegelijkertijd werkzaam zijn.

Het grid verzamelt dus niet alleen bestaande werken. Het kan ook verbanden produceren die daarvoor nog niet bestonden.

Op dat moment verandert het van interpretatiemodel in productiemethode.

Juist daarom is de positie van PTP op het kruispunt van Unborn en Pain wezenlijk. Nieuwe vormen ontstaan hier niet vanuit een onaangetast begin, maar vanuit wat al bestaat, beschadigd is, beladen is of uit een eerder verband is losgeraakt.

Een fragment wordt opnieuw materiaal.

Een bestaande serie kan onderdeel worden van een andere constellatie.

Een werk kan van betekenis veranderen zonder zijn eigen identiteit volledig te verliezen.

Zo blijft het PTP-grid een open systeem.

De fysieke installatie kan zich bovendien uitbreiden naar tekst, fotografie, geluid, video, websites, QR-codes en schermen. Die digitale en auditieve lagen zijn geen los technisch supplement, maar kunnen voortkomen uit hetzelfde principe van samenstelling.

Een bezoeker kan vanuit een fysiek werk toegang krijgen tot aanvullende tekst, bewegend beeld of geluid. Het telefoonscherm kan daarmee functioneren als een extra drager binnen de installatie: een extra doek, een extra wand, een extra ruimte.

PTP kan daardoor tegelijkertijd bestaan als tentoonstelling, installatie, archief, boek, website en denkmodel.

De schilderkunst houdt niet op bij de rand van het doek.

Zij zet zich voort in de relaties tussen beelden, objecten, ruimtes, teksten en dragers.

Epiloog — De huid van het project

Aan het begin van PTP staat de huid.

Niet als symbool dat alles verklaart, maar als kwetsbaar en werkelijk oppervlak waarop de wereld zich aandient.

Vanuit dat oppervlak opent zich een groter veld.

De mens verschijnt daarin als een lichaam onder invloed:

geraakt door materie,

gevormd door taal,

belast door geschiedenis,

ingeschreven in tekens,

blootgesteld aan de wereld.

PTP probeert deze krachten niet samen te brengen in één sluitende betekenis.

Het maakt een ruimte waarin zij naast elkaar kunnen blijven bestaan, elkaar kunnen veranderen en opnieuw verbindingen kunnen aangaan.

Zo wordt het totaalproject zelf een sensitief oppervlak:

een huid waarop de wereld sporen kan blijven achterlaten.